Start.nl - deel 2

Hoofdstuk 5

Woordenschat

Oefening 2

Welk woord past bij de definitie? De eerste letter staat er al.
Klik op ‘extra letter’ of op ‘[?]’ als je het antwoord niet weet. Let op: de knop ‘[?]’ toont het goede antwoord.

Als je klaar bent met de oefening klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.

1. oefenen voor sport = t

2. evenement waarbij sporters tegen elkaar spelen = de w

3. het hoogste punt = de t

4. de plaats waar mensen voetballen = het v

5. niet stoppen, gewoon doorgaan = d

6. uit elkaar doen = s

7. met je voet tegen de bal gaan = s

8. niet winnen of gelijk spelen (2 - 2) = v

9. iets doen zodat de anderen weten hoe het moet = v

10. alle mensen vinden het leuk = p