Volgende Vorige Hoofdstuk 6 Voorbereiding Consolidering Toets Spreken Grammatica Woordenschat Luisteren en begrijpen Oefening 1 Oefening 2 Oefening 3 Woordenschat Oefening 1 Welk lichaamsdeel gebruik je? Als je klaar bent met de oefening klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren. 1. Kijken doe je met je benen lippen ogen oren tanden vingers.2. Luisteren doe je met je benen lippen ogen oren tanden vingers.3. Een appel eten doe je met je benen lippen ogen oren tanden vingers.4. Kussen doe je met je benen lippen ogen oren tanden vingers.5. Lopen doe je met je benen lippen ogen oren tanden vingers.6. Pianospelen doe je met je benen lippen ogen oren tanden vingers. controleer oké