Start.nl - deel 2

Hoofdstuk 6

Woordenschat

Oefening 3

Vul het juiste woord in. De eerste letter staat er al.
Klik op ‘extra letter’ of op ‘[?]’ als je het antwoord niet weet. Let op: de knop ‘[?]’ toont het goede antwoord.

Als je klaar bent met de oefening klik je op 'controleer' om je antwoorden te controleren.

1. Als je aan alcohol v bent, mag je geen paracetamol nemen.

2. Toen hij zijn been gebroken had, werd hij o naar het ziekenhuis gebracht.

3. Ik heb gisteren de hele dag gesport, en nu heb ik s in mijn armen en benen.

4. Ze heeft zich gesneden met een mes en b flink.

5. Hij is misselijk en hij moet o.

6. Bij de apotheek kun je alleen m krijgen met een recept.

7. Goedemorgen, mevrouw. Wat zijn de k ?

8. Als je volgende week niet beter bent, moet je even bij mij t.

9. Ik wil je tanden en kiezen controleren. Doe je m maar even wijd open.

10. Je hoeft je geen zorgen te maken. Je hebt griep, maar het is niet e.