-
Onze buren zijn goede vrienden van ons. Ze gaan ieder jaar met ... op vakantie.
-
ons
-
elkaar
-
Tom en Mia hebben een groot probleem. Ze praten niet met ...
-
zich
-
elkaar
-
Karel en Marije kennen ... al vijftien jaar.
-
zich
-
elkaar
-
We kunnen ... niet herinneren wat de naam van haar vriend is.
-
ons
-
elkaar
-
Ze hebben ... drie jaar geleden op een feest ontmoet.
-
zich
-
elkaar