Hoofdstuk 7
Elkaar
In hoofdstuk 4 van Start.nl - deel 1 hebben we behandeld:
| zich wassen |
|---|
Ik was me. Jij wast je. U wast u/zich. Hij/Zij wast zich.
Wij wassen ons. Jullie wassen je. Ze wassen zich. |
In de dialoog heb je net gezien:
- Vrienden vertellen elkaar alles.
- Ze zijn sinds dit weekend uit elkaar.
- Het is uit, dus we zien elkaar niet meer.
| Elkaar | Reflexief |
|---|---|
We wassen elkaar. = Ik was jou en jij wast mij. Voorbeelden: Ze geven elkaar een hand. We kussen elkaar. Ze houden van elkaar. | We wassen ons. = Ik was mezelf en jij wast jezelf. |
- Kun je elkaar gebruiken met ik, je/jij, hij of ze/zij (singularis)?