Taaltalent 3

Toetsen

Kies het juiste antwoord. Klik op 'controleer' als je klaar bent.
A. Vul de juiste vorm van het woord tussen haakjes in.

1. De boerderijen in Nederland zijn veel dan in mijn land. (klein)
2. Ik werk met koeien dan met varkens. (graag)
3. Hij woont nu van zijn bedrijf dan vroeger. (ver)
4. Door de maatregelen is de lucht nu veel dan vroeger. (schoon)
5. Tegenwoordig zijn er bloemenkwekers dan vroeger. (weinig)


B. Zet de zinnen in de indirecte rede.

1. 'Ik verkoop vooral rozen en tulpen.'
De bloemenkweker vertelt dat hij .
2. 'De kippen leggen iedere dag een ei.'
De veehouder zegt dat de kippen .
3. 'Ik kan het hout ook exporteren.'
De houthandelaar vertelt dat hij .
4. 'In de winter is er weinig werk voor het bedrijf.'
De ondernemer geeft aan dat er .
5. 'Veel boeren hebben het best moeilijk.'
De minister van Landbouw zegt dat veel boeren .


C. Vul het juiste woord in. Soms moet je de vorm veranderen. Je kunt kiezen uit: garanderen - aanleggen - oogsten - onderhouden - aanpassen

1. Ik denk dat we volgende maand de appels kunnen .
2. Hij ons dat de groente vers van het land komt.
3. Als je het ontwerp een beetje , heb je ook nog plaats voor een vijver.
4. Mijn moeder de tuin. Ze werkt bijna ieder weekend in de tuin.
5. Mijn vriend wil zelf de tuin , maar ik denk dat een tuinman dat veel beter kan.


D. Vul het juiste woord in. Soms moet je de vorm veranderen. Je kunt kiezen uit: wei – gat – blaadje – kas – graan

1. Als je deze bomen wilt planten, moet je eerst een paar diepe graven.
2. Dit gebruiken ze om bier en brood te maken.
3. Het was mooi weer. De koeien en lammetjes stonden in de .
4. In de winter kun je in Nederland tomaten alleen in een telen.
5. In de herfst liggen er in het bos veel op de grond.