Volgende Vorige Toetsen H1 H2 H3 H4 H5 H6 H7 H8 H9 H10 H11 H12 Kies het juiste antwoord. Klik op 'controleer' als je klaar bent. A. Vul de juiste vorm van het woord tussen haakjes in.1. De [?] ouderen gaan regelmatig naar de huisarts. (veel)2. Dit ziekenhuis is het [?]. (groot)3. Van alle beroepen in de zorg, is dit beroep misschien wel het [?] beroep. (zwaar)4. Voor sommige ziektes wil ik alleen naar de [?] specialist. (goed)5. In mijn familie is de vader van mijn moeder het [?]. (oud)B. Vul het ontbrekende woord in.1. Wanneer moet je naar de hulppost bellen?Kunt u me zeggen [?] je naar de hulppost moet bellen?2. Werken er in Nederland veel mensen in de zorg?Ik wil graag weten [?] er in Nederland veel mensen in de zorg werken.3. Hoe laat is de overdracht vandaag?Weet je misschien [?] vandaag de overdracht is?4. Waar kan ik meer informatie krijgen over deze ingreep?Weet u [?] ik meer informatie kan krijgen over deze ingreep?5. Heb jij een mbo-opleiding gevolgd?Kun je me zeggen [?] je een mbo-opleiding hebt gevolgd?C. Vul het juiste woord in. Soms moet je de vorm veranderen. Je kunt kiezen uit: waarderen – aanvoelen – voorschrijven – tegenhouden – vertrouwen1. De huisarts heeft deze medicijnen [?]. Ik ga ze nu bij de apotheek halen.2. Ik moet morgen geopereerd worden, maar ik [?] de chirurg helemaal.3. Als de patiënt te veel medicijnen in één keer wil innemen, moet de verpleegster hem [?]. 4. De patiënt het dat de huisarts meteen gekomen is.5. De meeste huisartsen kunnen wel [?] of een patiënt echt ziek is.D. Vul het juiste woord in. Soms moet je de vorm veranderen. Je kunt kiezen uit: naald – kern – kwaal – breuk – wond1. Ik wil wel bloeddonor worden, maar ik ben heel erg bang voor [?].2. Omdat de [?] nogal complex was, heeft hij weken niet kunnen lopen.3. Met sommige [?], zoals griep, ga ik niet naar de huisarts.4. Hij had een grote, bloedende [?] die direct gehecht moest worden.5. Je hebt me veel verteld, maar ik wil nu graag naar de van je verhaal. controleer OK