het boek het document de finale het haar de hoofdpijn het huis de kleur de koek de parkeerplaats het probleem de stad de taal de telefoon het verkeerslicht de video
Wij wonen in een ___ huis.
gewoon
gewone
Heb jij die ___ video gezien?
leuk
leuke
Deze stad is niet zo ___.
groot
grote
Mijn zus heeft heel ___ haar.
lang
lange
In oktober hebben de bomen ___ kleuren.
mooi
mooie
Mehdi komt vandaag niet, want hij heeft ___ hoofdpijn.