Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Imperatief I

Simpele zinnen

Maak een zin met een imperatief.
Voorbeeld: Je moet de deur dichtdoen. →
Doe de deur dicht.

1. Je moet hier komen. .
2. Je moet eens luisteren. .
3. Je moet me het zout geven. .
4. Je moet het licht aandoen. .
5. Je moet naar bed gaan. .
6. Je moet wakker worden. .
7. Je moet stil zijn. .
8. Je moet sneller werken. .
9. Je moet deze tekst lezen. .
10. Je moet deze oefening maken. .