6 Het verbum
- Deel 6.1
- Deel 6.2
- Deel 6.3
- Deel 6.4
- Deel 6.5
- Deel 6.6
- Deel 6.7
- Deel 6.8
- Deel 6.9
- Deel 6.10
- Deel 6.11
- Deel 6.12
- Deel 6.13
- Deel 6.14
- Deel 6.15
- Deel 6.16
- Deel 6.17
- Deel 6.18
Imperatief II
Complexere zinnen
Maak een zin met een imperatief.
Voorbeeld: Je moet de deur dicht doen. →
Doe de deur dicht.
Voorbeeld: Je moet de deur dicht doen. →
Doe de deur dicht.