Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Doen of maken? II

Alle tijden

Vul de juiste vorm van doen of maken in.

1. Heb je al koffie ? – Nee, maar ik ga het straks .
2. Onze nieuwe collega alles heel langzaam.
3. Ik hoop dat de dierenarts mijn konijn weer gezond .
4. Kan jij mij om half zeven wakker ?
5. Zijn oude auto veel lawaai voordat hij gerepareerd werd.
6. Die lamp is stuk. Ik moet hem een keer .
7. jij een reservering of zal ik het ?
8. Wat je dit weekend? Heb je al plannen?
9. Je hebt vandaag drie klanten kwaad .
10. Ik heb de hele dag nog niets .