Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Verba van positie I

Presens

Vul het correcte verbum van positie in. Zet het in de juiste vorm in het presens en zet het op de juiste plaats in de zin.

1. .
2. .
3. .
4. .
5. .
6. ?
7. .
8. .
9. .
10. .
11. ?
12. .
13. ?
14. .
15. .