Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Verba van positie II

Imperfectum en perfectum

Vul het correcte verbum van positie in. Let goed op of je het verbum in de imperfectum of de perfectum moet gebruiken. Voorbeeld:
Gisteren … die auto verkeerd geparkeerd. → stond
Deze handdoek is vuil. Hij heeft op de grond … → gelegen.

1. Toen ik gisteren thuiskwam, er een briefje aan de deur.
2. Hier vroeger een hotel met twaalf verdiepingen.
3. Ik moet deze broek strijken, want hij heeft te lang in mijn rugzak .
4. Vorig jaar er veel bomen langs deze weg. Nu zijn ze er niet meer.
5. Toen ik vanochtend wakker werd, er tien centimeter sneeuw.
6. De vorige keer er te veel zout in de soep.
7. De sfeer was fantastisch en er zelfs kaarsen op tafel.
8. Dit pak melk heeft twee dagen buiten de koelkast . Je kan het dus beter weggooien.
9. De kerstboom heeft tot begin maart in onze woonkamer .
10. In het doosje dat ik gisteren vond, drie ringen en een paar oorbellen.