6 Het verbum
- Deel 6.1
- Deel 6.2
- Deel 6.3
- Deel 6.4
- Deel 6.5
- Deel 6.6
- Deel 6.7
- Deel 6.8
- Deel 6.9
- Deel 6.10
- Deel 6.11
- Deel 6.12
- Deel 6.13
- Deel 6.14
- Deel 6.15
- Deel 6.16
- Deel 6.17
- Deel 6.18
Plusquamperfectum II
De regelmatige verba
Vul het plusquamperfectum in.
Voorbeeld: (ik fiets naar de winkel), maar de winkel was gesloten. →
Ik was naar de winkel gefietst, maar de winkel was gesloten.
Voorbeeld: (ik fiets naar de winkel), maar de winkel was gesloten. →
Ik was naar de winkel gefietst, maar de winkel was gesloten.