Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Plusquamperfectum II

De regelmatige verba

Vul het plusquamperfectum in.
Voorbeeld: (ik fiets naar de winkel), maar de winkel was gesloten. →
Ik was naar de winkel gefietst, maar de winkel was gesloten.

1. Nadat (ik sport), ging ik douchen.
2. Doordat (het regent), waren de straten nat.
3. Het voetbalteam won de wedstrijd omdat (ze trainen hard).
4. (Julia merkt niet) dat het al tien uur was.
5. (de student studeert niet) en is dus niet geslaagd voor het examen.
6. Ik wist niet dat (deze stad verandert enorm).
7. (wij rennen naar het station) en hebben onze trein gehaald.
8. (ik noteer jouw telefoonnummer), maar ik ben het briefje kwijtgeraakt.
9. (het lukt) om de printer te repareren, maar één dag later ging hij weer kapot.
10. Marietje was trots op de tekening die (ze maakt).