Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Plusquamperfectum

Alle verba

Vul het plusquamperfectum in.
Voorbeeld: (Ik fiets naar de winkel), maar de winkel was gesloten. →
Ik was naar de winkel gefietst, maar de winkel was gesloten.

1. Nadat (ik zie de film), wilde ik ook de boeken van Harry Potter lezen.
2. (ik wil een blauwe tas), maar ze verkochten alleen groene tassen.
3. (ik probeer) om je te bellen, maar je nam niet op.
4. Ik was de hele dag moe doordat (ik slaap slecht).
5. Voordat ik naar Nederland kwam, (ik woon drie jaar in Spanje).
6. Ze voelde zich slecht omdat (ze eet iets slechts).
7. (Sylvia besluit) om geen chocola meer te eten, maar het was moeilijker dan ze dacht.
8. (zij gaan naar de supermarkt), maar ze zijn veel boodschappen vergeten.
9. (het voetbalteam scoort), maar ze verloren uiteindelijk met 3-1.
10. Zonder jouw hulp (ik kan het niet).