Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Presens (nu)

Vul het correcte modale verbum in, in de juiste vorm.

1. je een koekje? – Nee, dank je. Ik van de dokter geen suiker eten.
2. Pardon, u mij vertellen waar het station is?
3. Moet ik hier mijn schoenen uitdoen? – Nee, dat niet.
4. John heel goed gitaar spelen.
5. Hier je niet harder rijden dan 50 km/uur, anders krijg je een boete.
6. Hier je niet harder rijden dan 50 km/uur, anders gaat je auto kapot.
7. Zonder rijbewijs je niet autorijden.
8. jouw zoontje al zwemmen of moet hij het nog leren?
9. Ze wil een nieuwe smartphone maar ze hem niet betalen.
10. We niet vergeten om straks het licht uit te doen.