Zichtbaar Nederlands

7 De zinsbouw

Positie van het verbum I

Alleen normale zinnen en inversie

Zet het verbum op de juiste plaats.

1. (heb) .
2. (moet) .
3. (leer) ?
4. (moet) .
5. (heeft) .
6. (vind) .
7. (maken) .
8. (spreekt) ?
9. (zit) .
10. (regent) .
11. (gaan) .
12. (kan) .
13. (heeft) .
14. (vind) .
15. (moeten) .