Zichtbaar Nederlands

7 De zinsbouw

Positie van het verbum III

Alle vormen

Zet het verbum op de juiste plaats.

1. (is) .
2. (kunnen) .
3. (kan) .
4. (heb) .
5. (kosten) .
6. (kost) ?
7. (heeft) .
8. (zijn) .
9. (eet) .
10. (vinden) .
11. (doe) .
12. (is) .
13. (probeert) .
14. (heeft) .
15. (is) .