Vorige 7 De zinsbouw Oefenen Animaties Kaartjes en ander materiaal Deel 7.1 Deel 7.2 Deel 7.3 Deel 7.4 Deel 7.5 Deel 7.6 Positie van het verbum I Positie van het verbum II Positie van het verbum III Positie van het verbum II Inversie en bijzinnen Zet het verbum op de juiste plaats. 1. (valt) .2. (woont) ?3. (weet) .4. (werkt) ?5. (wil) .6. (ben) .7. (drink) .8. (ga) .9. (is) .10. (heb) .11. (zijn) .12. (is) .13. (houdt) ?14. (vergeet) .15. (koopt) .16. (werkt) .17. (kijkt) .18. (begrijpt) .19. (stopt) .20. (loop) . controleer oké