[ie] van fiets / [i] van wit
Luister- en uitspraakoefening [i]
- Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [i].
- Luister nog een keer.
- Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [i].
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
Hij zit nu op school. – zit
Ze is al groot. – is
Ik vind dat niet leuk. – vind
Wilt u koffie? – wilt
Ik hou niet van de winter. – winter
Hij is blij met zijn kinderen. – kinderen
Ze eet soms vis. – vis
Ik verf de muur wit. – wit