Beter Nederlands spreken

[ie] van fiets / [i] van wit

Luister- en uitspraakoefening [ie]

  1. Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [ie].
  2. Luister nog een keer.
  3. Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [ie].

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

Dat kan ik niet. – niet

Heb je griep? – griep

Mijn dochter is vier jaar. – vier

Hij is heel ziek. – ziek

Mag ik een kilo appels? – kilo

Kom eens hier. – hier

Koop je die tas? – die

Zij heeft een mooie fiets. – fiets