[ie] van fiets / [i] van wit
Luister- en uitspraakoefening [ie]
- Luister naar de zin. Herhaal de woorden met de [ie].
- Luister nog een keer.
- Zeg de hele zin na en let op de uitspraak van de [ie].
Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.
Dat kan ik niet. – niet
Heb je griep? – griep
Mijn dochter is vier jaar. – vier
Hij is heel ziek. – ziek
Mag ik een kilo appels? – kilo
Kom eens hier. – hier
Koop je die tas? – die
Zij heeft een mooie fiets. – fiets