Beter Nederlands spreken

[ie] van fiets / [i] van wit

Uitspraakoefening [i]

Zeg de woorden na. Let op de uitspraak van de [i]: hou je mond slap en je lippen breed.

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.

  

mist

vind

wil

in

zit

fit

is

dik

winter

willen