Tekenen is ook taal
Helpen bij tekenen
De vertelronde in groep 3 ging over spelen met dingen die geen speelgoed zijn. De opdracht daarna is te tekenen waarmee je speelde, hoe je dat deed en waar dat was. Abdel en Ufuk allebei een stereotiep huis met een puntdak getekend. Ik vraag Abdel waar hij mee speelt en waar. Abdel vertelt dat hij een bootje heeft gemaakt van een boterbakje. Hij heeft een soort stoomboot getekend met een klein poppetje ernaast. Het bootje vaart op het water naast het huis. In het echt vaart hij met zijn boterbakjesbootje in de vijver in de tuin achter zijn huis. Ik geef hem een nieuw blad en vraag of hij de tuin wil tekenen. Bij Ufuk doe ik hetzelfde. Hij weet niet precies waar het plekje, dat hij getekend heeft, is. Ik vraag wat voor huis dat is. Dat is zijn eigen huis. 'Heeft jullie huis zo’n puntdak?' Ufuk begint te lachen en schudt zijn hoofd. Ik geef hem een nieuw blad en vraag of hij zijn huis wil tekenen zoals het er echt uitziet en het gras naast zijn huis waar hij met een stok speelt. Als ik weer bij Abdel kijk heeft hij een boot met een klein poppetje ernaast getekend in een vierkant. Ik vraag wat dat vierkant is. Het is de tuin. Nu begrijp ik dat hij het moeilijk vindt om een tuin te tekenen. Ik vraag wat er te zien is in zijn tuin. Er zijn bomen en bloemen en er is een vijver. Ik vraag naar de vorm van de vijver en maak met mijn vinger een rondje op de tafel en een ovale vorm. Abdel zijn vijver is ovaal. Ik geef hem opnieuw een nieuw blad en vraag hem zijn tuin groot te tekenen, zo groot als het kader op het vel papier. Even later zie ik dat hij tussen twee grote bomen een vijver heeft getekend. In de vijver drijft een klein bootje. Het ziet er prachtig uit. Hij vraagt waar hij zichzelf kan tekenen. Ik wijs hem een plekje aan. Als ik laat vertellen bij zijn tekening en ik een zin voor hem heb opgeschreven, vertelt hij spontaan nog meer over hoe hij bootjes maakt. Tegen Ufuk en hem zeg ik dat ze heel erg goed gewerkt hebben.
Dilara komt in groep 3 naar me toe met de vraag of ik haar wil helpen. Ze heeft alleen de contouren van een kast getekend. Ze zegt dat ze de binnenkant van de kast wil tekenen met de tas erin. Ik vraag hoe haar kast eruit ziet. Ze tekent de planken. Dan zegt ze dat ze niet weet hoe ze de tas erin moet tekenen. Ik vraag wat voor tas het is. Het is een plastic Albert Heyn-tas. 'Ligt hij opgevouwen of gepropt of hangt hij?' De tas ligt opgevouwen. Ik pak een plastic tasje van de tafel en leg het voor haar neer. Samen kijken we hoe het opgevouwen plastic tasje er uitziet en hoe je het zou kunnen tekenen.
Als tekenopdracht vraag ik de kinderen in groep 4 het plekje te tekenen waar ze zich pijn hadden gedaan. Nickay vertelt dat het op straat was tussen haar huis en Sabrina’s huis in. Ik vraag haar wat ze daar zag op de stoep. 'Niks,' zegt ze. Dat geloof ik niet. Op de stoep staan lantarenpalen, vuilniszakken soms, langs de stoep staan auto’s en aan de andere kant huizen. Ze vertelt dat er een lantarenpaal was, maar dat ze die niet kan tekenen. We lopen naar het raam om te zien hoe een lantarenpaal er uitziet. Ze gaat naar haar plaats en tekent heel vlot een lantarenpaal. Daarna tekent ze een huis. Automatisch begint ze er een puntdak op te tekenen. Ik vraag of de huizen in haar straat een puntdak hebben. Sabrina schudt meteen haar hoofd, Nickay denkt even na en zegt dan: 'oh nee.' Als ze achter twee ramen dezelfde gordijnen tekent vraag ik of alle ramen dezelfde gordijnen hebben. 'Zijn er geen ramen met lamellen of luxaflex ofzo?' Ze tekent na enig nadenken achter het benedenraam lamellen.
De kinderen van groep 4 hebben geschreven over een voorwerp waar ze weleens mee spelen en hoe ze daarmee spelen. De tekenopdracht luidt: teken in het kleine hokje het voorwerp en in het grote hokje de plek waar je ermee speelde. Ik vertel erbij dat ze met de grond kunnen beginnen. De grond is belangrijk, anders lijkt het alsof mensen en dingen in de lucht zweven. Ik loop rond en stel net als tijdens het schrijven vragen. Wat was daar in de verte? Hoe zag de grond van dat plein eruit? Wat zie je als je bij jou achter in de tuin staat? Stonden er nog meer huizen of was het daar helemaal wit om jullie huis heen? Soms maak er een beetje een grapje van: heb jij geen voeten en handen, had je geen kleren aan, scheen de zon in de tram? Kinderen die steeds denken klaar te zijn zet ik steeds weer aan het werk. Ik vind het belangrijk dat ze aandacht besteden aan de tekening bij hun tekst. De tekeningen worden er veel beter van, en de kinderen tevredener. |
Soms zijn leerkrachten op school huiverig om commentaar of advies te geven bij tekeningen van kinderen. Net als bij het schrijven van vrije teksten, zijn ze bang dat dat ontmoedigend werkt en dat het kinderen onzeker maakt. Het beoordelen van creatieve uitingen is sowieso een gevoelig punt: de beoordelingsstandaard is immers heel persoonlijk.
Zo'n houding klopt misschien wel bij geheel vrije tekenopdrachten. Maar in taalrondes heeft tekenen, net als schrijven, een duidelijk doel: een eigen ervaring of waarneming zo precies en beeldend mogelijk weergeven. Daarop bekijken we de teksten, daarop bekijken we ook de tekeningen.
Kinderen snappen snel dat die manier van tekenen bij de taalronde hoort, en hun creativiteit wordt er niet door geremd. Sterker nog: ze zijn vaak verrast hoeveel mooier en interessanter hun tekeningen worden, als ze tekenen hoe iets echt ging of hoe iets er uitzag. Kinderen die zich bekwaamd hebben in het tekenen van stripfiguren, prinsessen of raketten, ontdekken dat ze ook heel goed de boormachine van hun ouders, hun eigen schoenen of een stukje van hun straat kunnen tekenen. Kinderen die denken dat ze niet kunnen tekenen, blijken dat toch te kunnen als ze er niet over hoeven te piekeren.
Helpen bij tekenen gaat in taalrondes net zo als helpen bij schrijven. Je bekijkt samen met een kind wat het getekend heeft en wat je daaruit opmaakt. Als een kind altijd dezelfde wolkjes tekent of blijft hangen op harkerige poppetjes, kan je het helpen door naar details van de bedoelde ervaring te vragen: Wat stond er naast die tafel? Wat deed je moeder? Waar hing dat belletje aan? Ook kan het geen kwaad om een onzeker kind suggesties te doen over hoe het iets zou kunnen tekenen. Samen goed kijken hoe iets eruitziet, erover praten, en het dan gewoon proberen.