Iedereen kan leren schrijven

Tekenen is ook taal

Tekenen ondersteunt taal

De kinderen van groep 5 schrijven een belangrijk werkwoord uit hun tekst als titel boven het kader op het netblaadje. De tekenopdracht is om in die tekening heel precies te laten zien wat je doet, dat werkwoord dus. Je tekent alleen jezelf en eventueel de anderen met wie je het samen deed. Je tekent zo groot als het kader.

Kinderen die op hun automatische piloot kleine kriebelige, schematische poppetjes tekenen, laat ik overnieuw beginnen. Hoe kan ik in de tekening van Adriaan zien dat hij de bal aannam, als hij geen voeten tekent? Thai heeft een stijf rechtopstaand poppetje getekend met stijve naar beneden wijzende armen. Ik ga zo staan als het poppetje en vraag of zij zo schelpen aan het zoeken was. Ze schiet in de lach en zegt dat ze zich ging bukken. Ik laat haar voor doen hoe ze dat deed. Ik doe haar na en vraag haar om goed te kijken naar hoe dat eruit ziet, zodat ze het kan tekenen. Benjamin heeft het zwembad getekend en heel klein zichzelf op de rand ervan. Dat is de plek. Ik geef hem een nieuw blaadje en vraag of hij heel precies wil tekenen hoe hij van de rand dook. Hij benoemt spontaan wat hij gaat tekenen: 'dan teken ik dat ik zo voorover gebogen sta.' Op deze manier is tekenen een taalactiviteit.

 

Veel kinderen in groep 3 zitten voortdurend te gummen. Daarmee blokkeren ze zichzelf. Bij taaltekenen gaat het niet om een mooie tekening, maar om de verbeelding van een ervaring. Als Dennis zegt dat hij geen schoenen kan tekenen, zeg ik dat dat niet geeft. 'Je probeert het gewoon.'

Ali heeft alleen een pictogrampoppetje getekend. Als ik vraag naar zijn ervaring met kleren kopen, tekent hij heel precies en met oog voor details zijn vader en hemzelf in de kledingwinkel. De details in zijn tekening roepen nieuwe aspecten van zijn ervaring op. Terwijl hij tekent, herinnert hij zich er meer van.

 

In groep 7 doen we een taalronde over plekken op school. Daarna maken we een stripverhaal waarbij we beginnen met de tekeningen. Ik teken vier hokjes op het bord. Ik neem het verhaal van Sharon als voorbeeld.

In het eerste hokje teken ik de plek uit Sharons verhaal. Ik vraag waar ze precies stond met haar moeder. ‘Voor de schooldeur.’ Ik teken de schooldeur die open staat en daarachter een stukje van de trap. Onder het hokje schrijf ik: ik stond met mijn moeder te wachten voor de schooldeur. In het tweede hokje teken ik Sharon met haar moeder heel groot en een klein stukje van de deur. Eronder schrijf ik wat Sharons moeder zei: ‘je bent 5 minuten te laat.’ In het derde hokje teken ik de schooldeur met Sharon en haar moeder ervoor. Eronder schrijf ik wat Sharon terugzei: ‘ik ga al.’

Ik vraag aan Sharon hoe het toen afliep, wat zij deed en wat haar moeder deed. Sharon liep de trap op naar boven en haar moeder fietste weg. Ik vraag wat ik zal tekenen. Sharon kiest haar moeder. In het vierde hokje teken ik Sharons moeder die wegfietst. Eronder schrijf ik: ik ging naar boven en mijn moeder fietste weg.

Zo heb ik laten zien hoe ze hun verhaal in vier plaatjes kunnen omzetten en daarin ook een stukje dialoog opnemen.

Tekenen heeft in taalrondes de functie dat het taal ondersteunt. Bij kinderen die nog niet schrijven is die functie zonneklaar: tekenen is hun enige middel om iets op schrift te stellen. Maar ook als kinderen wel zelf schrijven, kan een tekening meer zijn dan een mooie versiering bij een tekst. In taalrondes gebruiken we tekeningen om iets aan teksten toe te voegen dat er nog niet in te lezen is, en ook om de talige processen in een taalronde te verrijken. We maken daarbij veel gebruik van het tekenen van plekken, voorwerpen, details en fragmenten.

Tekenen ondersteunt taal bijvoorbeeld op de volgende manieren:

  • Als een kind een woord moet tekenen, verdiept hij zich op een andere manier in dat woord dan als hij het moet uitleggen. Het verdiept zijn begrip van dat woord.
  • Als een kind gaat tekenen over een ervaring, haalt    hij zich de beelden van die ervaring voor de geest, nog voordat er woorden bij gevonden zijn. Die woorden komen daarna op een andere manier tevoorschijn dan zonder tekenen: concreter, en gedetailleerder.
  • Als je met een tekenend kind praat over wat de tekening vertelt, gaan taal en beeld door elkaar heen lopen en versterken ze elkaar. De tekening wordt beter, en het verhaal ook.
  • Als een kind nog weinig Nederlands spreekt, is tekenen de beste manier om toch over concrete details te communiceren. De bijpassende woorden kunnen vervolgens onmiddellijk geleerd worden.
  • Tekenen is voor kleuters het begin van schrijven. Die functie wordt benadrukt bij het maken van taaltekeningen met door de leerkracht bijgeschreven tekst.