Extra opdrachten
- 1 - 'Er' + indefiniet subject: zinnen maken
- 2 - Combineer vraag en reactie met 'er'
- 3 - Combineer vraag en reactie met 'er'
- 4 - Combineer vraag en reactie met 'er'
- 5 - Plaats van 'er': goede zin kiezen
- 6 - Zin met 'Daar' maken (presens)
- 7 - Zin met 'Daar' maken (perfectum)
- 8 - Bijzin met 'daar' maken
- 9 - Woorden combineren tot zin met 'er' (presens)
- 10 - Woorden combineren tot zin met 'er' (perfectum)
- 11 - Woorden combineren tot zin met 'er' (bijzin)
Hoofdstuk 5
Grammatica - Opdracht 11 - Zin 1
Woorden combineren tot zin met er (bijzin)
Maak dezelfde zin, maar gebruik er. Klik op de woorden om ze toe te voegen aan de zin.
Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.
Maak dezelfde zin, maar gebruik er. Klik op de woorden om ze toe te voegen aan de zin.
Als je het antwoord niet weet, kun je op ‘hint’ klikken.
Klik op ‘controleer’ als je klaar bent.
Martin vertelde dat hij in Glasgow was opgegroeid.