Nederlands naar perfectie

Hoofdstuk 6

Opdracht 1 Vocabulaire

Extra invuloefening bij tekst 1

Vul een van de woorden uit de vocabulairelijst in. Gebruik de goede vorm.

Klik op 'Extra letter' of op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: de knop '[?]' toont het goede antwoord.

1. Ik vind het dat hij drie e-mailadressen heeft; ik weet nooit welk adres ik moet gebruiken.
2. De student beweerde dat de docent geen huiswerk had opgegeven. Klasgenoten konden dat .
3. In een toets moet je een antwoord geven, dat dus niet voor meerdere interpretaties vatbaar is.
4. Er wordt al maanden aan de snelweg gewerkt; voor het verkeer is dat zeer .
5. Paul heeft zich om iedere ochtend tien minuten te mediteren.
6. Haar nieuwe baan als directeur is niet te met haar functie als voorleesmoeder op school.
7. Door de vele spelletjes was er voor de gamer een van de virtuele wereld en de werkelijkheid ontstaan. Hij wist soms niet meer wat echt was en wat niet.
8. In sommige landen is het om te laat op een afspraak te komen, maar in Nederland niet.
9. Nu de heg is , ziet de tuin er weer veel netter uit.
10. Toen hij vanuit de auto zijn vriendin zag fietsen, riep hij haar naam, ook al kon ze dat natuurlijk niet horen.