Nederlands naar perfectie

Hoofdstuk 6

Opdracht 5 Meerdere werkwoorden

Extra oefening met meerdere werkwoorden

Schrijf een zin met de woorden in de juiste volgorde. Begin met de vetgedrukte woorden. Soms zijn er meerdere mogelijkheden. Let op: pas waar nodig de werkwoordsvorm en -tijd aan.

Klik op 'Extra letter' of op '[?]' als je het antwoord niet weet. Let op: de knop '[?]' toont het goede antwoord.

1. Door zijn vele verhuizingen zou / hij / contact / nu toch makkelijker / kunnen / moeten / maken
.

2. Zij had / hem / zelf / dat / doen / moeten / laten
.

3. Hij / zijn / ervan / raken / overtuigen / dat hij een einde aan zijn relatie moet maken
.

4. Janna / laten / hebben / haar fiets / repareren / door de fietsenmaker
.

5. Je zou / door een deskundige / dat / weleens / nakijken / mogen / laten
.

6. Chris had gezien dat / in de modder / liggen / de varkens / hebben / rollen
.

7. Ik ben er zeker van dat / zich / de jongens / hebben / in de tijd / vergissen
.

8. Het is leuk dat / wij met z’n allen / naar een film / zitten / hebben / kijken
.

9. Geert / durven / hebben / dat / niet / tegen mij / zeggen
.

10 Gisteravond / in bed / hebben / liggen / ik / tot na twaalven / lezen
.