Nederlands naar perfectie

Hoofdstuk 6

Opdracht 2 Uitdrukkingen en woordgroepen

Oefening met uitdrukkingen en woordgroepen bij tekst 1 en 2

Vul in de volgende zinnen het juiste woord in. Gebruik de uitdrukkingen en woordgroepen uit tekst 1 en 2.

1. De werkgever wilde eerst weten wat voor [?] hij in de kuip had.
2. De geleerde wilde niet voor haar collega [?] en schreef ook een artikel voor een wetenschappelijk tijdschrift.
3. Frida voelde zich niet [?] genomen toen ze de dokter had verteld dat ze depressief was.
4. Het gemeentebestuur heeft besloten om het festival dit jaar nieuw [?] in te blazen.
5. Hé, jij speelt [?]; dat mag niet!
6. Dag in [?] uit gaat de oude man op zijn fiets naar de sauna.
7. Ik wil eerst kennismaken met dat bedrijf voordat ik ermee in [?] ga.
8. Helaas is het slecht met hem [?]: hij verloor zijn baan en werd daarna ernstig ziek.
9. Zijn vriendin is erachter [?] dat hij overspel gepleegd heeft.
10. Kun je mij vertellen hoe dit apparaat in [?] zit? Ik begrijp niet hoe het werkt.