Rekenen en wiskunde uitgelegd

Hoofdstuk 2

Procenten

Maak de opgaven. Klik op 'Controleer' om je antwoorden te controleren. Als je alles goed hebt, kun je van enkele opgaven uitwerkingen bekijken.

Geef al je antwoorden, indien nodig, tot op twee cijfers achter de komma.
  1. De volgende bedragen zijn exclusief 21% btw. Reken ze om tot bedragen inclusief btw.
    1. € 150 wordt €
    2. € 300 wordt €
    3. € 250 wordt €
    4. € 620 wordt €
  2. De volgende prijzen zijn inclusief 21% btw. Bereken de prijs exclusief btw.
    1. € 175 wordt €
    2. € 32.495 wordt €
    3. € 690 wordt €
    4. € 25 wordt €
  3. Op boeken is de btw niet 21%, maar slechts 6%. In de boekhandel kost een encyclopedie € 175. Wat is de prijs zonder btw? Geef je antwoord tot op twee cijfers achter de komma. €
  4. De prijs van een artikel steeg gedurende de eerste zes maanden van 2013 met 5%. Gedurende de volgende zes maanden van 2013 steeg de prijs met 3%. Wat was de prijsstijging over het hele jaar 2013? Geef je antwoord tot op twee cijfers achter de komma. %
  5. Een pak koffie van € 1,85 wordt 8% duurder.
    1. Met welk getal moet je de oude prijs vermenigvuldigen om de nieuwe prijs te vinden? Geef je antwoord tot op twee cijfers achter de komma.
    2. Wat wordt de nieuwe prijs? €
  6. De witgoedwinkel geeft korting op een lcd-tv: van € 950 voor € 741. Hoeveel procent korting is dat? Rond af op hele procenten. %
  7. ‘Actie! Kortingspercentage gelijk aan de temperatuur!’ Het is 23 graden buiten. Anita koopt een fiets die zij een tijd geleden voor € 1145 zag staan. Hoeveel betaalt zij nu? Geef je antwoord tot op twee cijfers achter de komma. €
  8. Francien boekt een driedaagse vakantiereis naar Parijs. Omdat zij een eenpersoonskamer reserveert, moet zij 12% extra betalen. Het totale bedrag op haar hotelrekening is € 349,-. Hoe hoog is het bedrag dat Francien extra moet betalen? Geef je antwoord tot op twee cijfers achter de komma. €
  9. Op 1 januari 2001 zette Lex € 1200 op een spaarrekening tegen een vaste rente per jaar. In het eerste jaar kreeg hij € 42 bijgeschreven, terwijl hij niets had opgenomen of had bijgestort. Welk bedrag stond er op 1 januari 2007 op zijn rekening (ervan uitgaande dat er niets bijkomt of afgaat, behalve de rente-uitkering, en dat de rente ieder jaar op oudjaarsdag gestort wordt)? Geef je antwoord tot op twee cijfers achter de komma. €
  10. Een student scoort 22 van de 40 punten voor deel A van een rekentoets en 39 van de 60 punten van deel B. In welk deel deed de student het procentueel gezien beter? deel
  11. Bij de aankoop van een broek krijg je 15% korting. Je betaalt € 70. Hoeveel kostte de broek zonder de korting? Geef je antwoord tot op twee cijfers achter de komma. €
  12. Voor een ouderavond wordt een koffiezetapparaat voor 150 kopjes gebruikt. Het apparaat wordt voor 2/3 deel gevuld. Voor hoeveel procent is het apparaat gevuld? Geef je antwoord tot op twee cijfers achter de komma. %
  13. In een stad bestaat 13/20 deel van de inwoners uit mannen. Van de vrouwen is 1/7 deel ouder dan 65 jaar. Hoeveel procent van de vrouwen is ouder dan 65 jaar? Geef je antwoord tot op twee cijfers achter de komma. %
  14. Tijdens een opheffingsuitverkoop geeft een fietsenmaker op alle fietsen 18% korting. Erik bespaart daardoor op een fiets € 233,10.
    1. Hoeveel kostte de fiets eerst? €
    2. Hoeveel procent korting heeft Erik gekregen? %
  15. Een verzekeringsmaatschappij berekent voor de brandverzekering van een huis met een rieten dak een toeslag van 32%. De familie Werkman betaalt daardoor jaarlijks € 376 meer dan wanneer haar huis een pannendak had gehad. Bereken hoeveel premie ze jaarlijks moet betalen. €