Vorige Extra materiaal Tussenopdracht 9-10: Woorden Eindopdracht 1: Frequente onregelmatige werkwoorden 1 Eindopdracht 2: Frequente onregelmatige werkwoorden 2 Eindopdracht 3: Frequente onregelmatige werkwoorden 3 Eindopdracht 4: Preposities met andere woorden Eindopdracht 5: Tegenstelling Eindopdracht 6: Vocabulaire Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 beginnenDe film is een kwartier geleden [?].2 slaanHeb jij je broertje nooit [?]?3 etenHebben jullie lekker [?] in dat restaurant?4 zoekenWe hebben lang naar een huis [?].5 lezenHeb je de krant al [?]?6 doenWanneer heb jij boodschappen [?]?7 rijdenIk ben op de fiets naar de markt [?].8 begrijpenKunt u het herhalen? Ik heb het niet goed [?].9 gevenWanneer heeft hij jou dat boek [?]?10 denkenIk heb vaak aan jou [?].11 krijgenIk heb voor mijn verjaardag een camera [?]. Controleer opdracht oké