Vorige Extra materiaal Tussenopdracht 9-10: Woorden Eindopdracht 1: Frequente onregelmatige werkwoorden 1 Eindopdracht 2: Frequente onregelmatige werkwoorden 2 Eindopdracht 3: Frequente onregelmatige werkwoorden 3 Eindopdracht 4: Preposities met andere woorden Eindopdracht 5: Tegenstelling Eindopdracht 6: Vocabulaire Vul het tegenovergestelde van het vette woord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht. Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 Onze fietsen staan binnen. [?] 2 Kamer 14? Die is boven. [?] 3 Even kijken, 657943, dat is het goede nummer. [?] 4 Mag ik een half brood, alstublieft? [?] 5 Is cursus II hetzelfde? [?] 6 Hij gaat meestal met de auto naar zijn werk. [?] 7 Mijn kamer is ongeveer vier meter lang. [?] 8 We nemen nu een pauze. [?] 9 De bioscoop is voor het station. [?] 10 Dus Hanneke en Leo komen ook? Wat fijn! [?] Controleer opdracht oké