Vorige Extra materiaal Tussenopdracht 9-10: Woorden Eindopdracht 1: Frequente onregelmatige werkwoorden 1 Eindopdracht 2: Frequente onregelmatige werkwoorden 2 Eindopdracht 3: Frequente onregelmatige werkwoorden 3 Eindopdracht 4: Preposities met andere woorden Eindopdracht 5: Tegenstelling Eindopdracht 6: Vocabulaire Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 hebbenIk heb vroeger een hond [?].2 blijvenWe zijn het weekend in de stad [?].3 zijnWaar zijn jullie op vakantie [?]?4 latenWaar heb je je boek [?]?5 trekkenIk heb aan de deur [?], maar hij ging niet open.6 kiezenWat heb je als voorgerecht [?]?7 dragenIk heb dat T-shirt nog nooit [?].8 lachenWe hebben erg om die film [?].9 zienIk heb die film nog niet [?].10 lopenZe zijn naar het centrum [?].11 houdenIk vind het schilderij niet zo mooi, maar ik heb het toch [?]. Controleer opdracht oké