In de startblokken

Hoofdstuk 8

Wat hoort bij elkaar? Zoek de items in de linkerkolom bij die uit de rechterkolom. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Ik moet werken, ___ ik kan niet met je naar de makelaar.
Ik begrijp de serveerster niet, ___ ze praat zo zacht.
De film duurde erg lang, ___ ik vond hem wel mooi.
Gaan we groente kopen ___ gaan we in een restaurant eten?
Ik ga eerst studeren ___ dan ga ik naar de markt.
Ik ga vaak om 16.45 uur naar de markt, ___ dan is alles goedkoper.
Ik wil deze week graag in een restaurant eten, ___ niet op woensdag.
Ze is deze week op vakantie, ___ ze kan morgen niet op je verjaardag komen.