1 Silke komt uit Duitsland en …
?
... hij woont in Nederland.
... hij heeft dorst.
... kom je uit Frankfurt?.
... ze wil geen slagroom.
... wil ze de vegetarische dagschotel?
... de serveerster krijgt een fooi.
... Timo komt uit Keulen.
... ze nemen ook een hoofdgerecht.
... hij spreekt Duits.
... ze leert Nederlands.
2 Silke komt uit Berlijn, maar …
?
... hij woont in Nederland.
... hij heeft dorst.
... kom je uit Frankfurt?.
... ze wil geen slagroom.
... wil ze de vegetarische dagschotel?
... de serveerster krijgt een fooi.
... Timo komt uit Keulen.
... ze nemen ook een hoofdgerecht.
... hij spreekt Duits.
... ze leert Nederlands.
3 Timo leert Nederlands, want …
?
... hij woont in Nederland.
... hij heeft dorst.
... kom je uit Frankfurt?.
... ze wil geen slagroom.
... wil ze de vegetarische dagschotel?
... de serveerster krijgt een fooi.
... Timo komt uit Keulen.
... ze nemen ook een hoofdgerecht.
... hij spreekt Duits.
... ze leert Nederlands.
4 Timo komt uit Duitsland, dus …
?
... hij woont in Nederland.
... hij heeft dorst.
... kom je uit Frankfurt?.
... ze wil geen slagroom.
... wil ze de vegetarische dagschotel?
... de serveerster krijgt een fooi.
... Timo komt uit Keulen.
... ze nemen ook een hoofdgerecht.
... hij spreekt Duits.
... ze leert Nederlands.
5 Kom je uit Keulen of …
?
... hij woont in Nederland.
... hij heeft dorst.
... kom je uit Frankfurt?.
... ze wil geen slagroom.
... wil ze de vegetarische dagschotel?
... de serveerster krijgt een fooi.
... Timo komt uit Keulen.
... ze nemen ook een hoofdgerecht.
... hij spreekt Duits.
... ze leert Nederlands.
6 Wil Christine kip met rijst of …
?
... hij woont in Nederland.
... hij heeft dorst.
... kom je uit Frankfurt?.
... ze wil geen slagroom.
... wil ze de vegetarische dagschotel?
... de serveerster krijgt een fooi.
... Timo komt uit Keulen.
... ze nemen ook een hoofdgerecht.
... hij spreekt Duits.
... ze leert Nederlands.
7 Christine wil graag ijs met vruchten en chocolade, maar …
?
... hij woont in Nederland.
... hij heeft dorst.
... kom je uit Frankfurt?.
... ze wil geen slagroom.
... wil ze de vegetarische dagschotel?
... de serveerster krijgt een fooi.
... Timo komt uit Keulen.
... ze nemen ook een hoofdgerecht.
... hij spreekt Duits.
... ze leert Nederlands.
8 Jasper wil mineraalwater drinken, want …
?
... hij woont in Nederland.
... hij heeft dorst.
... kom je uit Frankfurt?.
... ze wil geen slagroom.
... wil ze de vegetarische dagschotel?
... de serveerster krijgt een fooi.
... Timo komt uit Keulen.
... ze nemen ook een hoofdgerecht.
... hij spreekt Duits.
... ze leert Nederlands.
9 Jasper en Christine nemen een voorgerecht en …
?
... hij woont in Nederland.
... hij heeft dorst.
... kom je uit Frankfurt?.
... ze wil geen slagroom.
... wil ze de vegetarische dagschotel?
... de serveerster krijgt een fooi.
... Timo komt uit Keulen.
... ze nemen ook een hoofdgerecht.
... hij spreekt Duits.
... ze leert Nederlands.
10 Het eten was lekker, dus …
?
... hij woont in Nederland.
... hij heeft dorst.
... kom je uit Frankfurt?.
... ze wil geen slagroom.
... wil ze de vegetarische dagschotel?
... de serveerster krijgt een fooi.
... Timo komt uit Keulen.
... ze nemen ook een hoofdgerecht.
... hij spreekt Duits.
... ze leert Nederlands.