In de startblokken

Hoofdstuk 8

Je ziet hier het begin van een zin met en, of, maar, want of dus.
Maak de zin compleet. Gebruik bij zin 1-5 de informatie uit de dialoog van hoofdstuk 1. Gebruik bij zin 6-10 de informatie uit de dialoog van hoofdstuk 6. Kies het meest logische antwoord.
Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
1 Silke komt uit Duitsland en …
2 Silke komt uit Berlijn, maar …
3 Timo leert Nederlands, want …
4 Timo komt uit Duitsland, dus …
5 Kom je uit Keulen of …
6 Wil Christine kip met rijst of …
7 Christine wil graag ijs met vruchten en chocolade, maar …
8 Jasper wil mineraalwater drinken, want …
9 Jasper en Christine nemen een voorgerecht en …
10 Het eten was lekker, dus …