In de startblokken

Hoofdstuk 8

Maak de zin compleet. Gebruik bij zin 1-4 de informatie uit de dialoog van hoofdstuk 5. Gebruik bij zin 5-8 de informatie uit de dialoog van hoofdstuk 8. Je ziet hier het eind van de zin. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
… want hij gaat op vakantie.
… maar de groenteboer heeft geen spekjes.
… en een kleine bloemkool.
… dus hij koopt niet veel groente.
… want ze gaan samenwonen.
… maar Patricia heeft geen idee.
… dus wil Patricia met haar vriend overleggen.
… en een open keuken.