In de startblokken

Hoofdstuk 9

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

1 wonen
Waar hebben jullie het langst ?

2 huren
Ik heb een nieuwe woning .

3 ruilen
Heb je de spijkerbroek nog ?

4 kosten
Hoeveel heeft die broek ?

5 proberen
Hoe vaak heb je het ?

6 proeven
Zij heeft nog nooit stamppot andijvie .

7 stoppen
We zijn om 13.00 uur met de les .

8 lukken
Is jouw film in Venetië ?

9 bellen
Heb je nog met je zus ?

10 spelen
Ze hebben in het weekend in de tuin .