In de startblokken

Hoofdstuk 9

Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

1 passen
Heb je beide T-shirts ?

2 spellen
Je hebt mijn naam niet goed .

3 controleren
Wat heeft de dokter ?

4 maken
Hij heeft heerlijke spaghetti .

5 pinnen
Ik heb 70 euro .

6 halen
Wat hebben jullie op de markt ?

7 trakteren
Heeft hij op zijn verjaardag ook ?

8 regenen
Het heeft gisteren de hele dag .

9 werken
Ik heb lang aan de opdrachten .

10 proberen
De makelaar heeft van alles .