Volgende Vorige Hoofdstuk 9 9.1 Dialoog 9.2 Woordenlijst 9.3 Bij de huisarts 9.4 Dagdelen 9.5 Perfectum 9.7 Uitspraak: eind -n Verdieping Opdracht 1: Regelmatige werkwoorden 1 Opdracht 2: Regelmatige werkwoorden 2 Opdracht 3: Onregelmatige werkwoorden Opdracht 4: Met hebben of zijn Opdracht 5: Werkwoorden zonder ge-, regelmatig en onregelmatig Vul een vorm van hebben of zijn in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht. Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.1 Ik [?] naar de huisarts gefietst.2 [?] de film gelukt?3 De serveerster [?] de menukaart gehaald.4 [?] je lang bij de makelaar gebleven?5 Hoe [?] dat gebeurd?6 [?] je dit met hem overlegd?7 We [?] begonnen met een voorgerecht.8 [?] u de rekening betaald?9 Je [?] te vroeg gestopt.10 [?] jullie in die kledingzaak geweest? Controleer opdracht oké