In de startblokken

Hoofdstuk 9

Vul een vorm van hebben of zijn in. Klik als je alles hebt ingevuld op Controleer opdracht.
Klik op '[?]' als je het antwoord niet weet. Deze knop toont het goede antwoord.

1 Ik naar de huisarts gefietst.
2 de film gelukt?
3 De serveerster de menukaart gehaald.
4 je lang bij de makelaar gebleven?
5 Hoe dat gebeurd?
6 je dit met hem overlegd?
7 We begonnen met een voorgerecht.
8 u de rekening betaald?
9 Je te vroeg gestopt.
10 jullie in die kledingzaak geweest?