Taaltalent 3

Hoofdstuk 11

Grammatica - Gatenoefening

Vul de juiste vorm van 'worden' (tegenwoordige tijd of verleden tijd) in. Klik op 'controleer' als je klaar bent.
1. Actief: Ze maken deze schoenen in Italië.
Passief: Deze schoenen in Italië gemaakt.

2. Actief: De fotograaf maakte mooie foto's van het model.
Passief: Er mooie foto's van het model gemaakt.

3. Actief: Hij draagt iedere dag dit zwarte pak.
Passief: Dit zwarte pak door hem iedere dag gedragen.

4. Actief: Ze maakt deze gordijnen op maat.
Passief: Deze gordijnen op maat gemaakt.

5. Actief: De verkoopster zocht de juiste kleur voor haar.
Passief: De juiste kleur door de verkoopster voor haar gezocht.

6. Actief: De bekende binnenhuisarchitect ontwierp dit interieur.
Passief: Dit interieur door de bekende binnenhuisarchitect ontworpen.

7. Actief: De vriendelijke verkoopster helpt me goed.
Passief: Ik door de vriendelijke verkoopster goed geholpen.

8. Actief: Ze kleurden de stoffen met natuurlijke produkten.
Passief: De stoffen met natuurlijke produkten gekleurd.