Taaltalent 3

Hoofdstuk 11

Grammatica - Gatenoefening

Vul de goede vorm van het wederkerend voornaamwoord in. Klik op 'controleer' als je klaar bent.
Voorbeeld:
Ze wassen ... iedere morgen met water en zeep.
Ze wassen zich iedere morgen met water en zeep.

1. Kleed jij voor het ontbijt aan?
2. Als jullie op tijd willen komen, moeten jullie haasten!
3. Hij scheert twee keer per dag.
4. We maken altijd op voordat we uitgaan.
5. Ik wil voor een naaicursus aanmelden.
6. Interesseert u voor mode?
7. Ze heeft in een andere stad gevestigd.
8. De ontwerpers concentreren op hun nieuwe modeshow.