Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Presens: de basisvormen

Alleen regelmatig, zonder open en gesloten syllaben


Vul de juiste vorm in.

1. Nico (wachten) al bijna een uur op de trein.
2. Jij (lijken) helemaal niet op jouw zus.
3. Hoeveel e-mails (schrijven) jij per dag?
4. Elke ochtend (rijden) Frank naar zijn werk.
5. Ik (blijven) thuis want ik (voelen) me ziek.
6. Mijn ouders (fietsen) elke dag.
7. Wil je een biertje? – Nee dank je, ik (drinken) geen alcohol.
8. Hoeveel (kosten) deze pennen?
9. Pardon, wat (zoeken) u?
10. Denise heeft een fiets, maar ze (gebruiken) hem nooit.
11. De marathon (starten) om twee uur.
12. Oh nee, het (regenen) en ik heb geen paraplu bij me.
13. Ik (ruiken) de geur van pannenkoeken.
14. Marcel (brengen) elke ochtend zijn dochtertje naar school.
15. Wat (bedoelen) je? Ik (begrijpen) het niet.