Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Aan het ... I

Presens

Vervang deze zinnen door zinnen met aan het. Voorbeeld:
Ik tennis een uur. → Ik ben een uur aan het tennissen.

1. ?
2. .
3. .
4. .
5. .
6. .
7. .
8. ?
9. ?
10. .