Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Verba van positie

Vervang de zinnen door zinnen met een verbum van positie. Let op de tijd: nu blijft nu, vroeger blijft vroeger. Voorbeeld:
(staan) Ik wacht een uur → Ik sta een uur te wachten.
(staan) Ik wachtte een uur → Ik stond een uur te wachten.

1. (staan) .
2. (lopen) .
3. (staan) .
4. (zitten) .
5. (zitten) .
6. (zitten) .
7. (liggen) .
8. (lopen) .
9. (lopen) .
10. (zitten) .