Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Imperfectum: de basisvormen

Vul de correcte vorm van het imperfectum in.

1. Benjamin (gooien) de vuilniszakken in de container.
2. Vorige week (glanzen) de auto nog, maar nu is hij vuil.
3. Pas na drie uur (stoppen) het met regenen.
4. Gisteren (publiceren) twee journalisten een artikel over corruptie.
5. Ik (bedanken) Marijke voor haar hulp.
6. De kinderen (protesteren) luid omdat ze niet naar bed willen.
7. Vanochtend (waaien) het heel hard.
8. Onze nieuwe kast (passen) niet in de auto.
9. Ik (gebruiken) helemaal geen zout tijdens het koken.
10. De dokter (adviseren) Dirk om meer te bewegen.