Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Perfectum: de basisvormen

Vul de correcte vorm van het perfectum in.

1. Sorry dat ik zo laat ben. Ik heb mijn trein (missen).
2. Anne en Stefan zijn al tien jaar (trouwen).
3. Het is helaas niet (lukken) om jouw laptop te repareren.
4. Waar heb jij Nederlands (leren)?
5. Ik heb dit weekend een mooie film (downloaden).
6. Die baby heeft de hele nacht (huilen).
7. We hebben onze auto in die straat (parkeren).
8. Dit concert is (organiseren) door de gemeente Amsterdam.
9. Bart, Jesse en Saskia hebben de hele middag (voetballen).
10. Heb jij ooit Monopolie (spelen)?