Zichtbaar Nederlands

6 Het verbum

Perfectum II

Ook regelmatige vormen zonder ‘ge-’

Vul je juiste vorm in.

1. Ajoub heeft me gisteren een berichtje (sturen).
2. Deze tafel heeft me veel geld (kosten).
3. Waarom heb je die rekeningen niet direct (betalen)?
4. Ik heb jullie enorm (missen).
5. Janet heeft dinsdag (solliciteren) naar een nieuwe baan.
6. Je hebt dit apparaat nog nooit (gebruiken).
7. Heb jij mijn broer al (ontmoeten)?
8. Waar was je? Ik heb een uur op je (wachten)!
9. Waarom heb je mij niet (vertellen) dat je gaat verhuizen?
10. Er ligt hier overal glas. Wat is hier (gebeuren)?