Beter Nederlands spreken

Hoofdstukken

Luister- en uitspraakoefening [ie] – [i]

  1. Waar hoor je de [ie] van fiets in de zin? Kies A of B.
  2. Controleer je antwoorden.
  3. Luister nog een keer, zeg de zinnen na en let op de uitspraak van de [ie] en de [i].

Neem de oefening voor jezelf op, bijvoorbeeld met je telefoon. Vergelijk je opname met het voorbeeld. Niet tevreden? Doe de oefening nog een keer.