Hoofdstukken
- [aa] van naam / [a] van jas
- [ee] van been / [e] van zes
- [oo] van doos / [o] van mond
- [ie] van fiets / [i] van wit
- [uu] van muur / [u] van bus
- Medeklinkercombinaties
Luisteroefening [ie] – [i]
Klinken de woorden hetzelfde?
-
Voorbeeld 1:
ja (je hoort: vies – vies) -
Voorbeeld 2:
nee (je hoort: vies – vis)