Iedereen kan leren schrijven

Lijstjes

Lijstjes maken met zijn allen

Op het bord in groep 5 schrijf ik onder elkaar werkwoorden op van dingen die de kinderen in de vakantie deden. Algemene werkwoorden maken we preciezer. Bijvoorbeeld bij voetballen: wat doe je als je voetbalt? De kinderen noemen werkwoorden en ik schrijf ze achter voetballen: rennen, schoppen, trappen, scoren, pass-en, koppen, pakken, verdedigen. Byron noemt pretpark. Is dat een werkwoord, vertelt dat woord wat je doet? Niet echt. Ik vraag wat Byron deed in het pretpark. Hij ging met zijn vader in een auto rijden. We begrijpen het niet helemaal. Kinderen beginnen te lachen, maken verbaasde geluiden: 'he, hoe kan dat nou?' Ik wijs ze erop dat als ze het niet snappen, ze aan Byron een vraag kunnen stellen. Byron blijkt bij navraag te bedoelen: rijden in een botsautootje. Dit voegen we toe aan de lijst.

 

Samen bedenken we in groep 3 een enorme lijst op het bord met dingen, die we wel eens kwijt waren. Af en toe zit er iets ingewikkelds bij. Zo is Chereen een ‘beddoek’ kwijtgeraakt. Ik snap niet wat dat is, ze probeert het uit te leggen. Iedereen gaat helpen en zich ermee bemoeien. Dat vind ik prima, samen komen we erachter wat voor ding het is. Ik vraag Chereen het op het bord te tekenen. Dan snap ik het ineens, het is volgens mij een klamboe of iets wat daarop lijkt. Ik vraag of het voor de muggen is, maar dat is toch niet zo. Samen zoeken naar woorden en betekenissen is spannend, levend onderwijs.

 

Ik lees in groep 7 een stukje voor over voorwerpen die op de grond vallen, en over waarom dingen eigenlijk naar beneden vallen. Het zijn heel alledaagse voorwerpen: een boterham, een lepel. Meteen daarna vraag ik ze, met een krijtje in mijn hand, om dingen op te noemen die in de klas wel eens vallen. Enorm veel vingers. Ik maak een lange lijst op het bord van alles wat ze opnoemen. Na alle krijtjes en gummen die vallen vraag ik naar dingen die je buiten ziet vallen, en binnen in je eigen huis. De lijst wordt steeds langer, van het een komen we op het ander. Ik stel nu en dan een vraag om ze op een ander spoor te zetten: dingen die kapot vallen? Dingen die uit een raam of van een balkon vallen? Dingen die van heel hoog of heel laag vallen? Steeds benadruk ik dat ze het met eigen ogen gezien moeten hebben. Als de helft van het bord vol is, vraag ik naar dingen die juist van beneden naar boven gaan. Er komt een nieuwe lijst op de andere helft van het bord: vuurwerk, vliegtuigen, fontein, bal, stuiterballetjes, kogels uit een buks, plastic tasjes in de wind, vogels die opvliegen, de brug van de Kinkerstraat. Het is heel druk maar ook heel enthousiast. Als ik zie dat alle kinderen hun vinger omhoog hebben, las ik een rondje in. Wat ik wil met de lijst is: associaties verzamelen, die je helpen om later te vertellen en te schrijven over een ervaring.

Een gezamenlijke lijst op het bord maken is een activerende werkvorm. Samen een lijst maken betekent: samen hardop over iets denken - wat hoort hier ook nog bij, wie weet er nog iets anders? Iedereen doet mee, kinderen brengen elkaar op ideeën en de leerkracht begeleidt en stuurt het proces. Niemand weet van tevoren precies welke woorden er op een gezamenlijke bordlijst komen.

Kinderen kennen meestal wel bordlijsten die gebaseerd zijn op technische criteria: woorden met lange en korte ij, samengestelde woorden, woorden met g en ch, etcetera. Ze kennen ook het woordveld, waarbij het gaat om associaties rondom een centraal begrip. Voor taalrondes worden woorden op een andere manier verzameld. Ze hebben een relatie met het onderwerp van de taalronde en meestal ook met de ervaringen van de kinderen in de groep. Vaak hebben ze ook onderling een relatie met elkaar. Voor woordenschatontwikkeling is het gunstig als kinderen over zulke samenhangen nadenken. De woordenschat bestaat immers uit netwerken samenhangende woorden, die het gemakkelijker maken een bepaald woord te vinden of te begrijpen. Bordlijsten zijn verder een middel om na afloop van een taalronde de opgekomen woorden vast te houden en ermee verder te gaan.

Net als bij individuele lijstjes, kan je aan de hand van je onderwerp allerlei opdrachten voor bordlijsten bedenken. De opdracht kan puur inhoudelijk zijn (kleine beestjes die je gezien hebt, verschillende soorten bedden, dingen waar stekkers aan zitten), of daarnaast een vormaspect inhouden (werkwoorden die met voetballen te maken hebben, bijvoeglijke naamwoorden die over smaken gaan, samengestelde woorden die met 'water' beginnen). Net als bij individuele lijstjes, kunnen kinderen uit een gezamenlijke lijst iets kiezen om over te vertellen. Maar een bordlijst kan ook gevolgd worden door het maken van een nieuw lijstje voor jezelf.