Lijstjes
Variaties maken op lijstjes
We maken deze keer drie lijstjes in een SBO-middengroep. Ze weten al wat een lijstje is en ik wil proberen om op die manier de rijkdom van de in de kring vertelde ervaringen vast te houden voor als we gaan schrijven. Eerst een lijstje van wat je 's nachts hoort, dan van wat je 's nachts ziet en dan van wat je wel eens in je bed of 's nachts doet. Ik wil ze over al die dingen laten vertellen en hoop dat die verschillende aspecten dan in hun tekst terug zullen komen en het verhaal rijker maken. Ik ben er niet zeker van of dat zal lukken; voor kinderen in het speciaal onderwijs kan zo'n variatie wel verwarrend werken. Het maken van de lijstjes gaat in elk geval prima. Ook het kiezen van iets uit elk lijstje. Ik deel tweetallen in en geef ze kort tijd om om beurten te vertellen over een geluid. Meteen daarna laat ik ze zich de andere kant op draaien, zodat nieuwe tweetallen ontstaan. En opnieuw vertellen over iets anders van je lijstje. Er wordt overal druk en geanimeerd gepraat, waarover is me helemaal niet duidelijk omdat ik zelf verdiept raak in een gesprek met Fanwick en Boris over stiekem 's nachts naar 'sex' kijken op de televisie. Ik vraag ze hoe ze het goede kanaal vinden, wat er gebeurt als er iemand aan komt, wat ze precies zien. Ze moeten erg lachen maar blijven ook heel open vertellen. Als ik besluit om de gesprekken te stoppen, heb ik alle vertrouwen dat iedereen iets heeft om over te schrijven.
Iedereen schrijft in groep 7 de samen gemaakte lijst met smaken van het bord over. Daarna vraag ik ze om bij elke smaak iets te schrijven dat ze zelf hebben geproefd. Het mogen ook meerdere dingen zijn. Ik merk dat het niet gemakkelijk is. Tijdens het schrijven moeten we ook praten. 'Wat is bitter?' vragen nu sommigen. We proberen dingen te bedenken die bitter smaken. 'Bitter Lemon,' zegt Agnes. 'Koffie,' zeg ik. Bier. En soms nootjes die niet meer goed zijn. En wat is zuur? Zo zijn ze bezig zich de smaak voor te stellen, terwijl ze aan hun lijstje werken. Als ik zie dat iedereen behoorlijk wat woorden heeft vraag ik om er een te kiezen die ze zich nog goed herinneren. En te onderstrepen. Daarover doen we een tweetalgesprek, dat gaat zeer geanimeerd. In de teksten die er later uit voortkomen, zie ik dat ze heel verschillende ervaringen rond een smaak beschreven hebben.
In groep 6 laat ik zinnen op strookjes papier schrijven. De zinnen fungeren als een soort lijstje: je schrijft in 1 zin iets over een ervaring op een strook. Daarna mag je nog een strook pakken en een zin schrijven als je er nog een weet. Niet voor alle kinderen is het meteen duidelijk hoe je een ervaring in een zin omzet, ook al heb ik een paar voorbeelden gegeven. Adiante heeft bijvoorbeeld zijn hele verhaal op stroken papier geschreven, op elke strook een zin. Toch hebben de meesten het wel ongeveer gesnapt; ze schrijven wel geen prachtige zin maar bijvoorbeeld alleen: 'over die ene keer met die mixer' of: 'toen ik boos werd'. Dat vind ik prima. In tweetallen wordt er vervolgens preciezer verteld over een zin. Het valt me op hoe goed de tweetalgesprekken gaan. Iedereen praat en luistert minutenlang, duidelijk met belangstelling. Een paar kinderen vertelt op mijn vraag precies na wat ze gehoord hebben.
Op het tekenlijstje met drie vakjes laat ik groep 3 in het eerste vakje het voorwerp tekenen dat ze eerder van de tafel in het midden hebben gepakt. In het volgende vakje tekenen ze iets dat bij dat voorwerp past. Ik leg het uit door twee kinderen het hardop te laten bedenken: bij een tandenborstel past een tube tandpasta; bij een zonnebril kan bijvoorbeeld een zon. Zelf teken ik bij het gevlochten draadje een schaar. Nu komt het derde vakje: teken iets dat weer bij het tekeningetje van het tweede vakje past. Ze doen het meteen, het is nu duidelijk. Ik doe een snelle ronde waarbij iedereen zijn drie tekeningetjes met een woord opnoemt. Er komen mooie reeksjes van: slot-sleutel-schuur; horloge-klok-bel; bel-school-meisje; glas-water-aquarium; stok-kip-vuur; bril-zon-wolken; waaier-wind-zon. Het leuke is dat ze zo iets verder van het voorwerp af raken en hun associaties vrijer worden. Ik vraag ze om een plaatje te kiezen waar ze iets bij te vertellen hebben. Dat procédé is al bekend: kiezen en vertellen in tweetallen. |
Als kinderen goed weten wat een lijstje is en hoe je het kunt benutten, kan je, zeker in de bovenbouw, ook eens variaties gaan uitproberen. Variaties zijn bijvoorbeeld:
- meerdere lijstjes laten maken met verschillende opdrachten of invalshoeken
- bij een gezamenlijke bordlijst persoonlijke associaties laten bijschrijven
- een woord van een bordlijst laten kiezen en daar zelf weer een eigen lijstje bij maken
- in plaats van een lijst, zinnen op losse stroken laten schrijven
- lijstjes met zijn tweeën laten maken
- geleide lijstjes maken: bij elk item stelt de leerkracht een nieuwe vraag
- iemand anders uit jouw lijstje iets laten kiezen om over te vertellen
Altijd blijft de kernbedoeling van een lijstje: dat je er ervaringen, gedachten en associaties mee verzamelt, waaruit je naderhand gaat kiezen.